Red de mensen! (De aarde redt zichzelf wel)

Ons zonnestelsel. De aarde is het kleine puntje net buiten het vuur van de zon. Daarna volgt het puntje dat Mars voorstelt en vervolgens de grote jongens. De grootte is in verhouding, de afstanden niet.

Het debat, dispuut, woordenspel, woordengevecht, … rond het klimaat is boeiend. Toch houden we ons bezig met de symptomen en niet met de oorzaken van de ziekte. En, wat is de ziekte?

Wie lijdt er?

Lijdt de aarde? Neen.
Kan de mens de planeet vernietigen? Neen, dat kan hij niet.
De mens kan de actuele stand van zaken ernstig verstoren, voor een zeer lange tijd. Doch enkel dat. Zelfs bij een kernoorlog en een totale vernietiging van mensen, dieren en planten, komt de planeet deze situatie te boven.
Wie lijdt dan wel? De mensen!
Niet de aarde moet gered worden, het is de mens die gered moet worden.
Indien we zo verdergaan zullen nog meer mensen dan vandaag het geval is lijden en sterven. Is dat erg? Voor de aarde niet.
De aarde is niet de ‘moeder’ van dat verwaand wezen dat ‘mens’ wordt genoemd. De aarde moet niet zorgen voor de mens.
De verwaande mens moet ook niet zorgen voor de aarde, de aarde is ‘krachtig’ genoeg om zorg te dragen voor zichzelf.
De aarde overleeft elke verandering omdat verandering een kenmerk is van ‘de aarde’. De aarde zal altijd overleven want zij is van een andere zijnsorde dan de wezens die op haar leven.
Een totaal ander perspectief is correcter:
De mensen moeten zorgen voor de (mede)mensen
en om dat te kunnen is respect voor de aarde een voorwaarde!

De ziekte?

De ware oorzaak van de ziekte? We hebben geen zorg voor onze medemensen. De ‘mens’ zoals die zich vandaag toont heeft hoofdzakelijk zorg voor een kleine groep rond zich (mijn groep, mijn stam, mijn gemeenschap, mijn land).
En de ziekte? De hebzucht van de mens; zijn roofzuchtigheid; zijn drang naar steeds ‘meer hebben’; de gretigheid waarmee hij iets ‘mijn bezit’ noemt; de agressiviteit waarmee hij grondstoffen die niet van hem zijn rooft en zijn medemens daar voor onderdrukt en doodt.
De mens is een ziek wezen, met ziekelijk gedrag.

Kan een beeld ons helpen?

Beelden van de aarde van een grote afstand genomen kunnen mensen helpen om met meer respect te kijken naar de aarde. 
‘Kunnen’, want het biedt geen enkele zekerheid. Uitzoomen is zeer moeilijk als je (letterlijk) met je neus op de aarde zit.
Reeds eeuwen zijn er kaarten en wereldbollen ter beschikking en toch kunnen de meeste mensen niet verder kijken dan de belangen van hun gemeenschap.
Foto’s van de aarde vanuit de ruimte genomen, wekken verwondering en eerbied, maar geven een vals beeld. 
Wanneer je ’s avonds naar de sterren kijkt en je stelt je voor dat rond één van die duizenden stipjes die je ziet (een ster) er een aantal planeten zweven en dat één daarvan de aarde is, dan begin je pas echt uit te zoomen.

Moeder Aarde?

Ik begrijp dat mensen de aarde ‘mijn moeder’ noemen. Daar heb ik alle respect voor. Er zijn echter veel bezwaren tegen dit taalgebruik.
Wanneer je zegt dat de aarde je moeder is dan heb jij jezelf ‘gepromoveerd’ tot een van haar kinderen. 
Dan geldt echter ‘Moeder Aarde’ in gelijke mate voor alle planten en dieren. Wie geeft je dan het recht om dagelijks ‘broeder- of zustermoord’ te plegen?
Door jezelf als ‘haar kind’ te bestempelen bindt jij de aarde aan jou! Zij moét voor jou zorgen want zij is je ouder. Je legt haar eenzijdig jouw visie op. De aarde is voor jou een ‘object’ zelfs al noem je ze ‘Moeder’.
De aarde behoort geen enkel wezen toe! De aarde is niet van de mens, dus kan je ze niet tot ‘universeel erfgoed’ verklaren.
Het is daarenboven een uiting van de bezitterigheid van de mens. De mens denkt dat hij bezit maar hij bezit niets.
De aarde ‘mijn moeder’ noemen is een zoveelste uiting van de grote verwaandheid van de mens, alsof de mens belangrijk is.
De mens denkt over zichzelf als een ‘uniek wezen’, als ‘heerser’, als ‘kind van God’ of iets dergelijks. Verwaand! IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid.
De term ‘Moeder Aarde’ is antropomorf taalgebruik, het is sacraal taalgebruik. Dat zegt alles over de mens, over zijn manier van denken,  en niets over de aarde.
De aarde is de ‘begrensde vruchtbare mogelijkheid’ die toelaat dat planten en dieren kunnen ontwikkelen zoals planten en dieren dat doen. 
De aarde ‘doet’ niets, de aarde wil niets met de wezens die op haar leven. De aarde is een bescheiden onderdeeltje van het ‘grote wordende geheel’.
De aarde is niet verwaand, de mens is dat wel.

Kan het anders?

Wat is daar voor nodig? Laat ons de huidige verhouding tussen de belangen opnieuw bekijken; de economische, politieke, intellectuele, emotionele, relationele en educatieve belangen. Laat ons nieuwe prioriteiten vooropstellen, niet in functie van een streven naar een hemelhoog technisch kunnen maar voor een streven naar een hemelhoog relationeel kunnen.
Laat ons leren om beter samen te leven en te leren, niet alleen informatie uitwisselen doch tevens kennis op een adequate manier verwerken en inzetten voor gemeenschappelijke belangen.
Dit zijn utopische gedachten als we willen dat die zich  onmiddellijk realiseren en op het niveau van de mensengemeenschap. Ze zijn minder utopisch als we trachten ze in gang te zetten binnen een bedrijf, binnen een vakorganisatie, op lokaal of regionaal niveau.
Straks zijn het verkiezingen in België en in Europa. Dé gelegenheid om een bestuur te kiezen dat gaat voor de dialoog.