Hoe je de ‘feiten’ zelf creëert

In vorig bericht verwees ik naar het werk van Daniel Kahneman die onderzoek heeft gedaan naar de vraag of dat wat we waarnemen een ‘feit’ is. Hij spreekt van twee ‘zelven’: een ervarend zelf (experiencing self) en een herinnerend zelf (remembering self).
Ik geef de voorkeur aan de term ‘verhalend zelf’ omdat er meer aan de hand is dan herinneren of memoriseren.
Herinneren is een constructie maken, de creatie van een verhaal.

Je ‘verhalend zelf’ creëert de feiten!

Je neemt niet zomaar waar wat er waar te nemen zou zijn en je registreert dat niet als een boekhouder. Het vatten van gegevens uit wat je waarneemt, is een selectie die je ‘manipuleert’. Meer nog, je creëert de feiten en de gegevens. Daarbij heb je je gekleurde bril op je neus.
Er bestaan  geen ‘neutrale’ of ‘zuivere’ gegevens.
‘Objectieve’ gegevens zijn die waarbij de manipulatie duidelijk en eerlijk is en verifieerbaar.

Een voorbeeld 
- Een foto nemen is een ‘manipulatie’. Je hebt een beperkt stukje geknipt uit de ‘werkelijkheid’. Daarna kan je bewust de foto nog meer manipuleren. Je kan bv. het beeld verder verknippen zodat de selectie die je toont doet uitschijnen alsof er op dat ogenblik veel meer mensen aanwezig waren (omdat de kijker het beeld altijd plaatst binnen een context).

Wanneer ik nauwkeuriger kijk naar wat er in het proces van het waarnemen en het verhalen gebeurt, onderscheid ik acht acties na het onbewust waarnemen die interactief en interafhankelijk werken. Dit wil zeggen, ze spelen zich voortdurend af in jou én ze reageren op elkaar.
Het ‘onmiddellijke waarnemen’ en onbewust ervaren is de actie van het ervarend zelf. Daarnaast herken ik acht acties van het verhalend zelf. 
Het onbewust ervaren en waarnemen (je ervarend zelf) is deel van het geheel! Er ‘zijn’ geen twee zelven, je kan ze enkel onderscheiden als een volledig onbewust deel van het proces (je ervarend zelf) en het bewust of onderbewust deel van het proces (je verhalend zelf). Je neemt steeds onbewust, onderbewust of bewust waar vanuit het ganse proces.
Dat betekent dat je verhalend zelf je ervarend zelf beïnvloedt en omgekeerd! Dat proces stopt nooit, het werkt voortdurend, ook wanneer je slaapt en je verder gaat met de innerlijke waarnemingen.

Onderaan de tekst een woordje uitleg over deze acht interafhankelijke acties.

Er is geen vaste volorde. De acht acties (na het onbewuste waarnemen) verlopen in een volorde die je in het moment kiest. Ze zijn op een cirkel getekend om aan te geven dat het een geheel vormt. Er wordt hiermee geen richting aangegeven, geen volgorde, geen stappenplan. 
De manipulatie van gegevens tot een ‘feit’ verloopt dynamisch systemisch!

Welk nut heeft dit inzicht?

Het is nuttig om nauwkeurig de acties te onderscheiden (zonder ze te scheiden!) omdat hun kenmerken en effecten zo verschillend zijn. Wanneer je daar aandacht aan geeft kan je bijsturen. Je kan belemmerende overtuigingen en niet effectief gedrag afleren of je kan je effectievere overtuigingen eigen maken en nieuw gedrag aanleren.
In iedere uitspraak, in iedere mening, zitten alle acties verweven! Zowel in jouw uitspraken als in de uitspraken van de anderen. Telkens je een uitspraak hoort of leest kan je de vragen stellen die bij de acht acties staan. Zo wordt het duidelijker welke ‘feiten’ er in het midden worden gelegd tijdens het gesprek. Je maakt zo helder over welke feiten het gaat, welk soort feit hier wordt gehanteerd. (lees bericht over de vier soorten feiten)
Bij heldere gesprekken maak je het helder welke ‘feiten’ je hanteert, waar ze vandaan komen, hoe ze tot stand zijn gekomen, hoe belangrijk ze zijn voor jou, welk gewicht je ze geeft, wat hun plaats is in het proces dat zich op dat ogenblik afspeelt en wat maakt dat het voor jou betekenis heeft dat ze zich net nu voordoen binnen de door jou vastgestelde context.

Wanneer je voor jezelf deze acht acties bewust overloopt heb je een beeld van wat je ‘zelf’ op dit ogenblik sterk maakt.

De acht acties van je ‘verhalend zelf’

Selectief waarnemen: Wat en hoe neem ik waar en wat niet?
Je neemt niet alles waar wat er te zien, te horen, te ruiken, te voelen of te proeven is. Je bent nu eenmaal als mens erg begrensd. Je neemt steeds selectief waar, zelfs wanneer je bewust waarneemt. Je ziet en hoort datgene wat je op dat moment belangrijk acht, datgene waar je aandacht aan geeft. Je ‘beleven’ is een selectief proces.
Contextualiseren: Binnen welke context past dit voor mij?
Je ‘bedenkt’ steeds een context waarbinnen je waarneming ‘logisch’ is. Indien je een beeld ziet (bv. een foto) zal je er onbewust een context bij construeren vanuit enkele details in het beeld of vanuit associaties waar dit beeld je aan doet denken.
Conceptualiseren: Hoe noem ik dit? Binnen welk kader plaats ik dit?
Je geeft wat je waarneemt een naam, een woord, een aanduiding. Het benoemen is de start van het tot een concept maken van wat je hebt waargenomen.
Verklaren: Waardoor werkt het zo voor mij? Hoe gebeurt het?
Je wil begrijpen wat je waarneemt, je wil een verklaring voor datgene wat zich voordoet. Je vraag ‘waardoor’ iets gebeurt (dit is niet vragen naar ‘waarom’). Het maakt een zeer groot verschil of je de fenomenen verklaart vanuit een lijnig denken (rechtlijnig of circulair of zigzag lijnig of dialectisch, enz.) dan wel vanuit een systemisch denken of vanuit een lemniscatisch denken.
Gezag geven: Welke autoriteit bevestigt dat dit een feit is?
Een gegeven is slechts een ‘feit’ indien iemand beweert “Dit IS een feit.” Je beroept al snel op een ‘expert’ om steun te zoeken dat wat je beweert een feit is. Uitsluitend op jezelf wijzen maakt iets tot een gegeven ‘gebaseerd op persoonlijke ervaring’. (Lees het bericht over de vier soorten feiten)
Wikken en wegen: Hoe belangrijk is dit voor mij nu?
De mate waarin je aandacht geeft aan dit gebeuren, duidt op het belang ervan voor jou. Wanneer het niet belangrijk is, wanneer het geen prioriteit heeft, zal je je aandacht snel op iets anders richten. Je zal er evenmin van wakker liggen.
Waarderen / Oordelen: Wat maakt dit waardevol voor mij? Of net niet?
Of datgene wat je belangrijk vindt ook echt waardevol is voor jou is een andere kwestie. Je kan van iets wakker liggen ook al is het voor jou niet waardevol. Andersom, je kan iets waarderen zonder dat je het voor jezelf belangrijk vindt.
Je kan iets waarderen zonder te oordelen, je kan iets waardevol vinden zonder het als ‘goed’ of ‘slecht’ te beoordelen.

Zin en betekenis geven: Waarom gebeurt dit, net nu? Welke betekenis geef ik dit?
Alles moet je een zin kunnen geven of het is ‘zinloos’. Vele mensen hebben de overtuiging dat alles sowiezo een zin heeft. De vraag is: wat is de zin hiervan voor mij?
Een verklaring op zich geeft geen zin aan de fenomenen. Vaak doe je het omgekeerde: de zin die je geeft aan wat zich voordoet (waarom) doet ook dienst als verklaring (waardoor). Je vermengt dan ‘verklarende waarheid’ (wat zo objectief mogelijk zou moeten zijn) met ‘zingevende waarheid’ (wat volledig subjectief is).

De kunst van het vragen

Tijdens een training De kunst van het vragen leer je de juiste vragen te stellen zodat het duidelijk wordt voor jou uit welke elementen een uitspraak is samengesteld. Je kan dan beter zorg dragen voor het evenwicht tussen jouw belang en de belangen van de ander.
Het ‘belang’ van iemand is  samengesteld uit:  het verklaren, het wikken en wegen, het waarderen en het geven van zin en betekenis.