Valse en echte feiten? Vier soorten feiten

Telkens je wijst op ‘valse feiten’ gebeurt dat omdat je iets beschouwt als ‘echte feiten’.
Een tegenstelling maken tussen ‘valse’ en ‘echte’ feiten, inzetten op de feitelijkheid van de aangehaalde feiten, kan inhoudelijk juist zijn. Toch is het een beperkte houding omdat het geen rekening houdt met wat vaststellingen tot ‘feiten’ maakt. In veel gevallen gaat het daarenboven in de communicatie niet om het inhoudelijke maar om het relationele ! Discussiëren over de feitelijkheid is dan een onvruchtbare strategie.
Ik pleit reeds jaren (o.a. in mijn publicatie De Blauwe Rivier oversteken – Hoe ontwikkel ik een probleem tot een duurzame oplossing? 2017) voor zorgvuldig taalgebruik rond ‘feiten’ en het herkennen en erkennen van vier soorten feiten.

Feiten?

Wat zijn feiten? Het antwoord is eenvoudig: een ‘feit’ is datgene wat jij waarneemt (of meent waar te nemen) en aanvaardt als ‘feit’.
Een ‘feit’ is iets dat voor de betrokkene ‘vast staat’, ‘voldoende bewezen is’, ‘iets waar zij op kan rekenen’. Het vormt de basis om verdere gedachten en acties op te bouwen. Het is een bouwsteen in een bepaalde gedachten-constructie.

Feiten zijn vaststellingen, geen waarheden.
Het zijn gegevens op basis van waarnemingen die werden geïnterpreteerd! Het zijn je eigen waarnemingen of wat jij aanvaardt dat anderen hebben waargenomen. Er bestaan slechts feiten in de mate dat iemand, jij of iemand anders, iets waarneemt én dat een ‘feit’ noemt. Waarnemen en je waarneming interpreteren en benoemen gebeurt steeds via je gekleurde bril. Alles is gekleurd.
Veronderstellingen, berekeningen of voorspellingen kunnen erg nuttig zijn maar zijn géén ‘feiten’. Je hoeft echter niet te wachten tot het waterpeil 1 meter hoger staat om te handelen vanuit ‘evidence based facts’! Preventief handelen is meer van zinvol. Je werkt dan weliswaar niet met ‘feiten’ maar met ‘hoogst te verwachten feiten’.

Er bestaan geen ‘neutrale’ feiten.
Wel kunnen bepaalde vaststellingen dermate streng onderzocht zijn dat ze worden aanvaard als ‘objectieve’ feiten. Althans door die personen die akkoord gaan met de aard van het onderzoek. Want niet iedereen aanvaardt dat wat vooropgesteld wordt als ‘streng onderzochte’ vaststellingen het resultaat zijn van een proces dat als ‘neutraal’ en ‘objectief’ kan worden beschouwd en zo leidt tot ‘objectieve feiten’.

De meeste feiten waar jij op steunt om je gedachten te voeden, je mening te vormen en mee te werken, heb je niet zelf vastgesteld. Je doet overwegend beroep op datgene wat anderen beweren dat ‘feiten’ zijn. Je gebruikt feiten uit tweede, derde, vierde, … hand. Daar dienen je verschillende informatiebronnen voor.

Autoriteit

Wil iets voor jou een ‘feit’ zijn dan heb je niet alleen waarnemingen en criteria nodig maar tevens een autoriteit die je steunt in je overtuiging dat deze waarnemingen een ‘feit’ vormen. Afhankelijk van het onderwerp en de vaststelling die je als ‘feit’ in het midden legt zal je iemand anders als autoriteit voorop stellen: opvoeden van kinderen, gezondheid, gezonde voeding, milieubeheer, armoede aanpakken, ‘groene’ transportmiddelen, opwarming van de aarde, ethisch-ecologische keuzes maken, …
Wie is voor jou die autoriteit? Wanneer aanvaard jij iets als een ‘feit’?

Wanneer je iets hoort, ziet of leest en je knikt op dat moment, heb je tegelijkertijd die informatiebron bevestigd als autoriteit. Wat voor jou een verzinsel is, kunnen anderen als een ‘feit’ behandelen en omgekeerd. Wat geen feiten zijn, is even gebonden aan een autoriteit als het antwoord op de vraag wat wél feiten zijn.
Vaststellingen worden ‘feiten met gezag’ binnen een discours, binnen een verhaal.

Iedereen is het er over eens dat …

Zijn er dan geen waarnemingen waar alle mensen het mee eens zijn dat die ‘feitelijk waar’ zijn? Er zijn toch waarnemingen die wetenschappelijk werden vastgesteld? Ja, dat zou je wel willen. Dat geeft je geest wellicht wat rust en je hart een gevoel van zekerheid. Je gaat er als (westers) opgeleid persoon snel van uit dat alle zeven miljard mensen in alles de autoriteit van de westers gevormde wetenschappen aanvaarden. Nu, dat is voor mij een veronderstelling en een wens en geen feit! Ik heb genoeg mensen ontmoet die (westers gevormde) wetenschappelijk bewezen gegevens verwerpen als feit. Luister gewoon naar de tegenstrijdige verhalen over de opwarming van de aarde.
Daarnaast bestaan er culturen die andere vormen van onderzoek hanteren die ze een autoriteit als ‘wetenschap’ geven. Daarbij hanteren ze andere gegevens als ‘feiten’ die door de westers gevormde wetenschap niet worden aanvaard. Bestaan er bijvoorbeeld chakra’s, meridianen of energiebanen in je lichaam?
Welk ‘bewijs’ wordt aanvaard om feiten ‘feiten’ te noemen? Door wie? Wie erkent welke autoriteit?

Vier soorten feiten

Er zijn diverse soorten feiten afhankelijk van de bron en hoe er met die bron wordt omgesprongen.
Er zijn twee soorten ‘feiten’ die niet worden ondersteund door onafhankelijk kritisch onderzoek:

1. persoonlijke feiten (personal experience based facts)
2. feiten van een groep of een gemeenschap (community based facts)
Er zijn twee soorten ‘feiten’ die wel de toetsing van onafhankelijk kritisch onderzoek kunnen doorstaan:
3. feiten gebaseerd op gedocumenteerde praktijk (practice based facts)
4. feiten gebaseerd op zeer streng onderzoek (evidence based facts)
Deze vier soorten feiten zijn evenveel ‘waar’ … voor iemand, onder bepaalde omstandigheden, binnen een bepaalde context, samenhangend met een Groot Verhaal.
(Bij deze indeling is er een verband te vinden met aspecten van de vier waarheden die Albie Sacks en de Waarheidscommissie in Zuid-Afrika hebben gehanteerd. Hier lees je er meer over.)

Aanvullend bij wat ik hierover reeds schreef in mijn boek De Blauwe Rivier oversteken (2017), geef ik in een volgende publicatie meer uitleg en voorbeelden bij deze indeling: Heldere gesprekken voeren – Twintig nuttige inzichten (maart 2019).

Strijden om de feitelijkheid van de feiten?

Hoe bestrijdt je de feitelijkheid op inhoudelijk vlak?
Het heeft weinig zin om tegen iemand waarvan jij meent dat die liegt te zeggen “Jij liegt!” of “Dat is volkomen fout!”. Het is vruchtbaarder om te herkennen dat deze persoon iets als een ‘feit’ hanteert dat jij niet als ‘feit’ kunt zien. Je bevestigt zijn bewering (‘bevestigen’ betekent niet ‘akkoord gaan’). Je bevestigt dat het tot de eerste categorie feiten behoort. Wel formuleer je duidelijk dat het opwaarderen van een mening tot de derde of de vierde categorie echter niet is toegestaan.
Wat maakt dat je uit je lood wordt geslagen wanneer iemand met kracht een leugen poneert? Wat maakt dat je in een (agressieve) defensieve houding schiet?

Bij een discussie levert het meer op om de diverse soorten feiten te onderscheiden. Daarnaast is het nuttig om duidelijk te stellen om welke feiten het niet moet gaan en waar jullie het dus niet over zullen hebben (en het dus niet moeten eens zijn).

Wanneer is het onvruchtbaar om energie te stoppen in het bestrijden van de feitelijkheid op inhoudelijk vlak?
Het is erg belangrijk om te herkennen dat het in de meeste gevallen bij een discussie niet gaat om de feitelijkheid van de aangehaalde ‘feiten’ maar om een relationeel gevecht, een machtsstrijd. ‘Liegen’, ‘feiten verdraaien’, ‘feiten strategisch selecteren of verzwijgen’ e.d. is onderdeel van een ernstig spel: “Ik ben de baas (of ik nu gelijk heb of niet, of iets nu ‘waar’ is of niet)”. Door je te focussen op de inhoud mis je de bal want het gaat om de relatie!
Wanneer je in discussie gaat over de feitelijkheid van de aangehaalde feiten stap je zonder meer mee in het aangeboden spel. Dan dient je de spelregels van dit spel te kennen en te hanteren. Kijk hoe het spel wordt gespeeld in de Trump-sage of het hanteren van ‘objectieve cijfers’ bij de verkiezingen in Congo.
Bij een machtsspel is het nuttig de vraag te stellen: Wat levert me het meeste op: gelijk hebben of gelijk krijgen? Vanuit welk perspectief levert dit ‘winst’ op?

In De kunst van het vragen stellen leer je hoe de feitelijkheid aan te pakken, je leert het stellen van de niet-bevestigende vraag en de juiste vragen vanuit het Vragenkompas. Tevens leer je welke spelen er gespeeld worden en hoe je kiest aan welk spel je deelneemt en op welke manier.
Contacteer me om de mogelijkheden van begeleiding, individueel of in groep, te bespreken.

Tot slot

Het is in verband met de feitelijkheid van ‘feiten’ nuttig om te herinneren aan twee onderzoeken:
• Hans Rosling, Factfulness – Ten reasons we’re wrong about the world end why things are better than you think, Sceptre 2018 – In het Nederlands: Feitenkennis : 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt, Spectrum 2018.
Daarin wijst Rosling op onze ‘spontane’ instinctmatige manier van denken en de tien valkuilen waar we daardoor in trappen.
Hans Rosling werd bekend door zijn optredens tijdens TedTalks

• Daniel Kahneman, Thinking fast and slow, Allen Lane Penguin Books 2011 – In het Nederlands: Ons feilbare denken, Business Contact 2014: je belevingsniveau speelt zich af tijdens de 3 seconden van je ervaring, dat noemt hij het ‘ervarend zelf’, onmiddellijk daarop start je een innerlijk gesprek dat gevoerd wordt door je ‘herinnerend zelf’. Je herinnerend zelf selecteert gegevens en construeert een verhaal. Bekijk ook zijn presentatie op www.ted.com

Volgende week schrijf ik meer over die twee ‘zelven’ en hoe je die bij anderen kunt waarnemen via de kunst van het vragen stellen.