Zen-nig (9) = hou er mee op het ‘heilig boek’ van de ander in vraag te stellen

Sommige mensen beroepen zich op een ‘heilig boek’ of een profeet om hun zienswijze te staven. Heilige boeken en profeten ontmoet je niet alleen in de religieuze sfeer (de Bijbel, de Thora, de Koran, de Bhagavad Gita). In de westers wetenschappelijke en filosofische wereld worden er veel meer ‘heilige boeken’ en ‘profeten’ ingezet (bv. Richard Dawkins, Christopher Hitchens, Daniel Dennett, Sam Harris, Jordan Peterson).

Wanneer je iemand ontmoet die citeert uit een heilig boek dreig je in een valkuil te trappen. Je hebt makkelijk de neiging om in discussie te gaan over de tekst. Je stelt de autoriteit van de tekst in vraag of je gaat in op de inhoud en begint daarover een discussie. Soms wordt er op de man gespeeld en niet op de bal. Dan gaat de discussie over de persoon(lijkheid) van de profeet.
Deze discussies leiden tot niets. Ze kunnen hoogstens de eigen mening van de verschillende deelnemers bevestigen. Langs beide kanten groeit dan ongemerkt een verharding van het standpunt tot en met het dogmatisme.

Er is een andere weg mogelijk, een meer vruchtbare weg: open vragen stellen en een zinvolle dialoog.
Opgelet, deze weg werkt enkel wanneer je de intentie hebt de ander werkelijk te ontmoeten, te zorgen voor een open verbinding en met respect zijn logica te behandelen. Je kunt dit pad niet bewandelen wanneer het vooropstaat dat jij gelijk hebt en de ander fout is. Indien je niet met deze intentie start, stop dan met de discussie en zeg vriendelijk ‘Dag’. Het is beter geen ‘gesprek’ te hebben dan een zinloze discussie, een ‘dubbel eenrichtingsverkeer’.

Hoe start je een dialoog met iemand die een gans andere zienswijze heeft en die sterk steunt op een tekst of een wetenschapper of een filosoof? Hoe praat je met iemand die sterk geïnspireerd lijkt door een of andere leer?


1. Ga bij jezelf na wat jouw intenties zijn

2. Visualiseer een open plek in het midden tussen jullie beiden

3. Leg je argumenten, je zienswijze, je feiten e.d. open en vrij ‘in het midden’

4. Focus op wat je uit dit gesprek wilt halen. Focus op wat essentieel is.

5. Stel open vragen. Stel daarbij niet de inspiratiebron in vraag maar wat de betrokkene doet, al of niet dankzij zijn of haar overtuiging. 


Enkele voorbeelden:

Wat doet die inspiratie met jou?
Wat doe jij met die inspiratie?

Tot welke concrete gedachten en overtuigingen kom jij via die inspiratie?

Wat betekenen deze gedachten in de praktijk van je dagelijks leven?

Wat betekenen deze gedachten voor onze relatie?

Welke beslissingen neem je vandaag anders dankzij die inspiratie?

Wat wil je via ons gesprek bereiken?

Wanneer is dit gesprek voor jou vruchtbaar?

Communicatie ‘in het midden’ is één van de acht peilers van de Lemniscaat Benadering.