Welke ‘wetenschap’ kan zin geven aan het leven?

De aanleiding voor deze gedachten: Ik had een gesprek met een zelfstandig ondernemer die is opgegroeid in Hyderabad (India, voorheen de deelstaat Andhra Pradesh) over de situatie die ik daar vorig jaar heb ervaren: de politieke spanningen rond de splitsing van de deelstaat, het gemanoeuvreer van de familie Ghandi en de Congres Partij. Hij wees me op feiten die aangeven hoe de Indische politiek vol is van corruptie, persoonlijke afrekeningen en intriges, verraad, cynische acties, leugens, de media (mis)gebruiken bij het verdraaien van feiten, e.d. Ik merkte op dat ik vorig jaar vooral oog had voor de zorgen en de twijfels van mensen, voor de verhalen die ze vertelden (in de krant). Kort daarop ontmoette ik westerlingen in de rode pij van Tibetaanse monniken, overtuigde bekeerlingen. Uit hun mond hoorde ik verhalen en beelden die voor mij verwezen naar het exotisch invullen van begrippen als ‘India’, ‘spiritualiteit’, ‘boeddhisme’, ‘Tibetaans boeddhisme’. Ik beschik over een bepaalde ‘feitelijke kennis’ van boeddhistische teksten die hun visie kan weerleggen (maar ik heb het hen niet voorgelegd omdat er geen vraag was naar een open onderzoekende dialoog).

Zoals ik reeds eerder schreef, verhalen zijn nodig om betekenis en zin te geven aan de ervaringen, niet voor het verklaren van de fenomenen. Voor het verklaren van de fenomenen gebruiken we best een wetenschappelijke methode en geen ‘persoonlijke feiten’. Samen zoeken we een antwoord op de vragen Wat? en Hoe? We werken hier met concepten die deel zijn van een verklaringskader

De wetenschappelijke methode is echter niet bruikbaar voor het geven van zin en betekenis aan de fenomenen, wanneer je de vraag stelt: Waarom? Wetenschap kan je bv. niet vertellen waarom er sterren zijn, waarom er vliegen en muggen zijn en waarom ze er niet niet zijn en waarom ze zijn zoals ze zijn. Betekenis geven houdt in dat we afzonderlijke ervaringen binnen een geheel zetten, een kader, zodat ze een voor ons betekenisvolle plaats hebben: het betekeniskader, dat kader staat dus naast het verklaringskader.

Hoe kan zingeving toch op een ‘wetenschappelijke’ manier gebeuren, dus zonder beroep te moeten doen op bv. religieuze verklaringen (wat in werkelijkheid geen verklaringen zijn!), de wereld van God, geesten, goden, duivels of boeddha’s, zonder exotisme, allerlei alternatieve fijnzinnige energieën, het astrale, zonder Moeder Aarde, holistische theorieën, e.d. Het kan, met een ‘wetenschappelijke filosofie’, een filosofie die begrippen hanteert op basis van gedegen onderzoek, beschrijfbaar, herhaalbaar en communiceerbaar onderzoek.

Ik meen dat Nāgārjuna een voorbeeld is voor hoe het kan. Begin met aandachtiger, nauwkeuriger en scherper waar te nemen. Weet dat je ziet wat je wilt zien, hoort wat je wilt horen, voelt wat je wilt voelen, enz. Ga dus verder dan de eerste observaties. Kom op deze wijze dichter bij je persoonlijke ervaringen én benader ze tegelijk erg kritisch. Weet dat jouw ervaren als zodanig én het denken over je ervaringen, in al hun aspecten gekleurd zijn, volledig interafhankelijk met alles wat er om je heen is. Iedere ervaring én ieder reflecteren en denken is steeds contextueel, d.w.z. de context (*) heeft een doorslaggevende invloed. Zoiets als een ‘objectieve en neutrale waarneming van een ervaring’ bestaat niet, net zomin als een ‘objectieve en neutrale reflectie op een ervaring’. Je laat vervolgens alle verklaringen en verhalen die je kent over datgene wat je ervaart, los. Vooral leg je alle oordelen even naast je neer. Ze komen snel op, dat is gewoon. Het is de kunst om die even opzij te leggen. Je maakt alle woorden die je hanteert eerst leeg. Ik neem even het voorbeeld van een bloem. Wanneer je het kleurrijk deel van een plant ziet en je zegt innerlijk ‘bloem’ laat je even alle associaties met het woord ‘bloem’ los. Je gaat terug naar de waarneming. Je gaat scherper waarnemen. Vul dan bewust het woord opnieuw in wetende dat het een beperkte én beperkende invulling is, enkel goed voor de communicatie met jezelf en met de anderen uit je omgeving. Vertel jezelf wat je hoort, ziet, ruikt, voelt, proeft en denkt bij wat je aanduidt met ‘bloem’. Kijk, zo gebruik jij het woord ‘bloem’. Jouw invulling zal meer dan waarschijnlijk veel rijker zijn dan datgene wat er in het woordenboek staat vermeld. Je invulling bezit echter een zeer beperkt ‘waarheidsgehalte’, het is enkel je ‘persoonlijke waarheid’, maar het is wel ‘waar’! Jouw ervaring verklaart niets. Wel zal het helpen om betekenis te kunnen geven aan het fenomeen ‘bloem’. Betekenis kan verder groeien in de ontmoeting én de verbinding met de ‘persoonlijke waarheid’ van de ander. Zonder te oordelen over het waarheidsgehalte van de invulling van de ander. Zonder te willen grijpen naar een ‘overeengekomen waarheid’, meestal om een groepsgevoel te creëren en zeker zonder een ‘Waarheid’ te poneren. Wat het voorbeeld van een ‘bloem’ betreft, “Wat betekent deze bloem hier en nu voor mij, voor ons?” Een bloem kan meer betekenen dan ‘een fase in het vruchtbaarheidsproces van een plant en een onderdeel van het ecosysteem op deze plek’. “Bekijken we het allemaal vanuit een nuttigheids oogpunt of ervaren we nog een andere dimensie?”, “Wat betekent deze bloem voor onze toekomst?”, “Welk verhaal past bij de bloem en mijn en onze ervaringen ermee?” Het voorbeeld van de ‘bloem’ is eenvoudig. Het wordt boeiender wanneer we woorden onderzoeken die onze waarden uitdrukken, bv. ‘eerlijkheid’, ‘wederkerigheid’ of ‘verantwoordelijkheid’ of zo. Zulke woorden kunnen iets toevoegen aan de betekenis van ons leven indien we onze ‘persoonlijke waarheid’ onderzoeken en die in dialoog brengen met de ‘persoonlijke waarheid’ van anderen. We kunnen dan genieten wanneer we vaststellen hoe rijk het is om iets totaal verschillend en soms hetzelfde uit te drukken met een woord.

Om deze weg af te leggen heb je geen religie nodig, geen ‘goden en helden’. Wel is een open houding nodig, een onderzoekende en kritisch bevragende geest en is dialoog vereist. Je leert op een nauwkeurige manier de drie soorten feiten te zien en te onderscheiden: 

  1. feiten die ‘wetenschappelijk’ zijn vast te leggen en door anderen op onafhankelijke wijze kunnen worden gecontroleerd (Westers wetenschappelijk of Oosters wetenschappelijk), 
  2. feiten opgebouwd uit gedegen, terugkerende en gedocumenteerde ervaringen van meerdere mensen, controleerbaar door de groep betrokkenen, 
  3. feiten op basis van persoonlijke ervaringen die niet door anderen rechtstreeks zijn te controleren. 

Op deze manier kan je voor  jezelf de betekenis van alle fenomenen die je ervaart, onderzoeken en vastleggen in een verhaal. Zo bouw je op een ‘wetenschappelijke’ manier een betekeniskader op.  Voor heel veel fenomenen zal je als westers geschoold persoon de moeite niet doen om er betekenis aan te geven. “Wat betekenen de maan, de wolken, de bliksem en de donder in mijn leven?” is geen vraag die ik hoor. Maar van zodra bv. een kind verongelukt wordt wél de waarom-vraag gesteld: “Waarom moet dit mijn kind overkomen?” Wetenschappelijk is daar een eenvoudige verklaring voor, maar wanneer je de ouder bent van het kind heb je een ander antwoord nodig. We hebben allemaal ervaringen waar we betekenis aan willen geven of er nu een wetenschappelijke verklaring voor bestaat of niet. Soms laat het ons koud of er een wetenschappelijk verklaring voor bestaat, we blijven de vraag stellen naar het waarom tot we de ervaring een zinvolle plaats hebben kunnen geven in ons leven. 

Het is een zinvolle onderneming om je betekeniskader aandachtig te onderzoeken en op te bouwen en niet zondermeer bestaande verhalen en kaders over te nemen.

—–

(*) ‘context’ is alles om en in jou, het is alles zowel in ruimte als in tijd zoals dat zich op dit ogenblik manifesteert, om het even waar en wanneer volgens jou die manifestatie zou zijn ontstaan. Ieder moment is immers reeds enkele miljarden jaren oud. De meeste aspecten van de context heb je dermate geïnternaliseerd en zijn zo mee opgenomen in de structuur van je genen dat je ze niet meer opmerkt (bv. de invloed van de levenservaringen en de levensvisie van je overgrootouders). Context is daardoor steeds een persoonlijke zaak, ook al kunnen we daarnaast vaststellen dat je deel uitmaakt van een ‘groepscontext’ en van een ‘globale context’.

Leh, India, 29 september 2014 

Je reactie is van harte welkom

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s