Ons denken is begrensd

Begrensd in het waarnemen

We gaan vlot akkoord dat er dieren zijn die beter en meer zien dan wij mensen, beter en meer horen, beter en meer ruiken, beter en meer proeven, beter en meer voelen. We hebben er geen moeite mee om te aanvaarden dat de mens een wezen is dat begrensd is in zijn waarnemingsvermogen. Toch vergeten we dit vaak, zeer vaak zelfs. Wanneer we waarnemen gaan we er van uit dat wanneer we zien, we iets zien én dat dat er ‘is’ zoals wij het zien. We vinden het vanzelfsprekend om dat niet in vraag te stellen. Dit gaat op voor alle zintuiglijke waarnemingen. Tenslotte, aan wie zouden we moeten vragen of er misschien iets anders is of dat het ‘iets’ toch anders is dan wij het waarnemen? Aan een dier misschien?

We gaan er in onze communicatie met mensen en dieren van uit dat zij begrijpen dat wij zien wat we zien (horen, ruiken, proeven en voelen) en dat wanneer we het hebben over iets dat we zien, zij aanvaarden dàt wij het zien en dat dit gelijkt op datgene wat zij op dat ogenblik zien of in een gelijkaardige situatie gezien hebben. Omgekeerd nemen we hetzelfde aan wanneer onze gesprekspartner iets beweert. Er zijn echter inmiddels voldoende wetenschappelijke studies die aantonen dat we niet steeds zien wat er te zien is én dat we onszelf vaak misleiden omdat we enkel datgene zien wat we op dat ogenblik willen zien (horen, ruiken, proeven en voelen).

Conclusie: we gaan in onze communicatie uit van een hele reeks veronderstellingen die we als vanzelfsprekend aannemen en niet verifiëren. In de meeste gevallen merken we zelfs de misverstanden niet op die groeien vanuit het fout zijn van onze veronderstellingen.

Moeten we dan in ieder gesprek bij alles wat we bewerren, nagaan of de ander hetzelfde ziet (hoort, ruikt, proeft of voelt)? Akkoord, dat zou de communicatie erg doen vertragen en alle ‘spontaniteit’ wegnemen. In onze dagelijkse gesprekken is het niet nodig maar wanneer we zorgvuldiger willen communiceren dienen we dit wel te overwegen. Alleszins is aandacht voor mogelijke misverstanden gewenst. Vooral dienen we bescheiden te zijn met beweringen op basis van onze waarnemingen. Rechtstreekse waarnemingen zijn vast en zeker een bron van kennis maar die kan niet zonder reflectie en kritisch denken. Er is een lemniscatisch balanceren nodig tussen ‘persoonlijk ervaren’ en ‘op kritische wijze inzicht creëren’ om kennis te verweren.

Begrensd in het denken

Wanneer we het hebben over de grenzen van het denken van de mens, voelen we misschien weerstand. Er zijn immers geen wezens buiten de mens die kunnen denken. De vergelijking gaat dus enkel op, nemen we aan, tussen mensen onderling. Maar dat is toch net hetzelfde als met de zintuigen: ieder mens heeft die vaardigheden ‘in een bepaalde mate’, bij geen enkel mens zijn de zintuigen en het brein ‘perfect’ ontwikkeld en voor 100% perfect beschikbaar (waarbij met ‘perfect’ wordt bedoeld dat er geen enkel foutje in de ‘constructie’ zit; vanuit filosofisch standpunt mag je gerust stellen dat ieder mens perfect is ‘zoals hij is’.)

Ik wil het wel degelijk hebben over de grenzen van het denken van alle menselijke wezens. Welk vergelijkingspunt hebben we dan? En wat baat hebben we er bij om in te zien dat ons denken beperkt is?
Neen er is geen wezen dat beter en meer kan denken dan de mens, althans dat wezen hebben we nog niet ontmoet. We zouden ons wel zo’n wezen kunnen indenken, verbeelden. Dan stuiten we op de moeilijkheid om ons de aard van zo’n denken voor te stellen want alles wat we ons kunnen voorstellen, kunnen we ook denken. We kunnen de grens van ons denken niet denken omdat we niet kunnen denken wat er voorbij die grens zou zijn. Net dat is een kenmerk van de begrenzing van ons denken.

We kunnen via ons denken zelf haar grenzen verkennen. Zo kunnen we redelijk makkelijk op meta-niveau denken (denken over ons denken). Het wordt al moeilijker op meta-meta-niveau (denken over de wijze waarop we denken over ons denken) en al helemaal moeilijk op bv. meta-meta-meta-meta-niveau (de denkpatronen denken die aan de basis liggen van het denksysteem dat bepaalt hoe we denken over de wijze waarop we denken over ons denken). Wie nog een of twee meta-trappen verder wil gaan, komt aan een grens. We kunnen niet in een oneindig aantal meta-niveaus denken.

Net zoals het bij het waarnemen niet mogelijk is om het niet-waarneembare (voor de mens, want voor dieren ligt de grens anders) waar te nemen, zo is het onmogelijk om het ondenkbare te denken, daar ligt een grens.

Het belangrijkste gevolg van het aanvaarden van grenzen aan ons denken, is bescheidenheid en loslaten dat we weten. We zijn niet het superintellectuele wezen dat door voortdurende ontwikkeling van de wetenschappelijke en technologische methoden in staat is alles te kennen, te denken en te begrijpen.

Wanneer we aanvaarden dat we niet alles kunnen denken, betekent dit dat we niet alle vragen kunnen stellen die er zouden kunnen worden gesteld en vooral dat we niet alle vragen die wel kunnen worden gesteld ook met zekerheid kunnen beantwoorden. Het is best gerechtvaardigd om bij het zin en betekenis geven van het leven uit te gaan van antwoorden die niet kunnen worden geverifieerd, die bijvoorbeeld zijn verkregen door ‘buitenmenselijke inspiratie’ of door intuïtie of door traditie. Voor het verklaren van de fenomenen is dit echter niet gerechtvaardigd. Dan dienen we ons kritisch denken in te zetten en komen we vanzelf tot aan de grenzen ervan.

Wanneer we aanvaarden dat we niet alles kunnen denken, betekent dit ook dat er kennis kan zijn die niet door het denken kan worden gevat. Een voorbeeld is kennis die het resultaat is van doorgedreven en langdurig ‘meditatief onderzoek’ (jarenlang mediteren is onvoldoende). Dit resulteert (soms) in persoonlijke kennis die niet rechtstreeks kan worden doorgegeven. Omdat dit laatste niet mogelijk is, wil dit nog niet zeggen dat de betrokkene niet over de kennis kan beschikken. Uiteraard loert hier dé grote valkuil: iemand geloven omdat die dingen beweert – meestal ‘exotische’, ‘spirituele’ of ‘fantastisch pseudo-wetenschappelijke’ – waarvan wij veronderstellen dat we er met ons gewone denken niet bij kunnen. De wereld is vol van zieners, mediums, goeroes, (meer en minder heilige) lama’s, pseudo-wetenschappers, e.d. die ons willen overtuigen dat ze over ‘speciale kennis’ beschikken. Net zoals we (zouden moeten) doen met echte wetenschappers, moeten we ook bij ‘meditatieve wetenschappers” zeer kritisch zijn én de bronnen nagaan én zeer terughoudend zijn indien het gaat om een bewering die door geen enkel ander persoon op een onafhankelijke wijze ook kan worden gedaan.

Leh, Himalaya, India, 29/09/14

Je reactie is van harte welkom

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s